Een recept uit het kookboek “300 recettes du Pays d’Ardenne” van Lise Bésème-Pia - Dominique Guéniot uitgeverij
Pannenkoeken op grootmoeders wijze
In de Ardennen werd het woord pannenkoek nauwelijks gebruikt…Men noemde een pannenkoek een tantimolle, een vaute of een berdelle.
Wij spreken hier over een vaute. Deze wordt bereid met bakkersgist waardoor het deeg dik en lichtjes gerezen is en minder vet en lichter is dan het deeg voor de tantimolle.
Bereiding en baktijd:
Voor 3 personen heb je nodig: 300 gr (bij voorkeur) fijne tarwebloem, 1 grote soeplepel fijne suiker, 20 gr verse bakkersgist, 2 eieren, 1 mespuntje zout, ¼ liter melk.
Meng het meel, het zout en de suiker en maak er een heuveltje van met een putje bovenaan; verdun de bakkersgist met de melk, breek de eieren in het putje, voeg beetje bij beetje de melk en de aangelengde gist toe.
Meng alles door elkaar en klop het deeg tot een stevige massa. Bedek de schaal met een theedoek en laat het deeg 2 à 3 uur staan op een warme plek.
Indien het deeg te dik is wanneer je wil beginnen bakken, voeg dan kopje melk toe. Het deeg moet er echter nog steeds uitzien als een kleverige massa die moeilijk uit te strijken is in de pan of in de kleine koekenpan. Zo maak je 6 tot 8 pannenkoeken.
Eet smakelijk!